Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
- feit 1 primair: het medeplegen van een poging tot de productie van amfetamine, in elk geval het opzettelijk aanwezig hebben daarvan;
- feit 1 subsidiair: het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van synthetische drugs;
- feit 2: het deelnemen aan een criminele organisatie;
- feit 3: het als marktdeelnemer medeplegen van het opzettelijk, zonder vergunning, in het bezit zijn of in de handel brengen van BMK, APAAN, zwavelzuur en zoutzuur;
- feit 4: het medeplegen van het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie;
- feit 5: (het medeplegen van) het voorhanden hebben van wapens.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
heeftgehad en
heeftgehad en
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 3 ten laste gelegde feit;
een gevangenisstraf van 404 dagen, waarvan 365 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
een taakstraf van 240 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
120 dagen;