Uitspraak
.
2.De feiten
3.De verzoeken
4.De beoordeling
van 1 april 2020 tot 19 augustus 2020:
€ 325,=
vanaf 19 augustus 2020:
€ 364,=
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De man verzoekt wijziging van de alimentatiebijdrage die hij aan de vrouw betaalt voor hun minderjarige en jongmeerderjarige kinderen na echtscheiding. Hij wil de bijdrage voor de minderjarige nihil stellen en een bijdrage van de vrouw vaststellen. Voor de jongmeerderjarigen verzoekt hij eveneens wijziging, namens hen, op basis van volmacht.
Tijdens de mondelinge behandeling trekt één jongmeerderjarige de volmacht in, waardoor de man niet langer namens haar kan optreden. Voor de ander blijkt de volmacht niet rechtsgeldig, en de rechtbank oordeelt dat jongmeerderjarigen zelf verzoeken moeten indienen. De man wordt niet-ontvankelijk verklaard in die verzoeken.
De rechtbank constateert gewijzigde omstandigheden voor de minderjarige, waaronder verhuizing en gewijzigde inkomens. De behoefte van de minderjarige wordt vastgesteld op €489 per maand, gebaseerd op het netto besteedbaar inkomen ten tijde van de samenleving, met draagkrachtverdeling tussen ouders. De bijdrage van de man wordt per 1 augustus 2019 op nihil gesteld, en de vrouw moet vanaf 1 april 2020 €290 per maand bijdragen. Verzoeken tot vermindering van overige kosten worden afgewezen.
Uitkomst: De kinderbijdrage van de man voor de minderjarige wordt per 1 augustus 2019 op nihil gesteld en de vrouw moet vanaf 1 april 2020 €290 per maand betalen; verzoeken namens jongmeerderjarigen worden niet-ontvankelijk verklaard.