ECLI:NL:RBZWB:2021:4938
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken gronden tegen afwijzing NOW-aanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 9 november 2020 waarin zijn aanvraag voor een tegemoetkoming op grond van de NOW werd afgewezen. Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient een beroepschrift de gronden van het beroep te bevatten. De rechtbank constateerde dat deze gronden ontbraken in het beroepschrift.
De griffier heeft eiser meerdere malen schriftelijk verzocht om binnen een gestelde termijn alsnog de gronden van het beroep aan te leveren, met een waarschuwing dat bij uitblijven het beroep niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Eiser vroeg eenmaal uitstel aan, dat werd toegekend, maar ook na het verstrijken van de termijn ontving de rechtbank geen gronden van beroep.
De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is en besluit de zaak zonder inhoudelijke behandeling af te doen. Deze beslissing is gebaseerd op de artikelen 6:5, 6:6 en 8:54 van de Awb. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden van beroep.