Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, voormalig onderdeel van een fiscale eenheid, betwistte de verliesbeschikking over het boekjaar 22 juni 2017 tot en met 31 december 2017. Zij stelde dat het verlies van de fiscale eenheid van € 5.686.812 ten onrechte niet in aanmerking was genomen.
De rechtbank overwoog dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat zij in het betreffende tijdvak een verlies had geleden. De verliesbeschikking is daarom terecht op nihil vastgesteld. Tevens oordeelde de rechtbank dat een verzoek tot vaststelling van het verlies van de fiscale eenheid conform artikel 15af Wet Vpb door de moedermaatschappij had moeten worden ingediend, wat niet was gebeurd.
De brieven van de moedermaatschappij en curator waarin de intentie werd uitgesproken om verliezen mee te nemen bij verbreking van de fiscale eenheid, waren onvoldoende om het ontbreken van het formele verzoek te compenseren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verliesbeschikking vennootschapsbelasting is ongegrond verklaard en de beschikking blijft op nihil vastgesteld.