ECLI:NL:RBZWB:2021:4658
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning op grond van de Opiumwet
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester van de gemeente Sluis om zijn woning voor de duur van zes maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de sluiting te voorkomen.
Tijdens de zitting op 15 september 2021 werd vastgesteld dat aan de formele vereisten voor het treffen van een voorlopige voorziening was voldaan, maar dat verzoeker onvoldoende spoedeisend belang had. Verzoeker woont niet in de woning en wenst deze te verkopen, maar heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij de beslissing op bezwaar niet kan afwachten. Er is geen sprake van een acute noodsituatie.
Ook is het besluit van de burgemeester niet evident onrechtmatig, aangezien zonder diepgaand onderzoek niet ernstig betwijfeld kan worden dat het besluit stand zal houden. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en geen evident onrechtmatigheid.