ECLI:NL:RBZWB:2021:4656
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning op grond van Opiumwet
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester van de gemeente Sluis tot sluiting van zijn woning en opstallen voor de duur van zes maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de sluiting te voorkomen.
Tijdens de zitting op 15 september 2021 werd vastgesteld dat verzoeker niet zelf in de woning woont, maar sinds mei 2021 een andere woning huurt. Hij is in 2019 begonnen met de renovatie van de woning en verwacht nog een half tot een heel jaar nodig te hebben voordat hij er kan intrekken. Verzoeker kon niet aannemelijk maken dat er sprake is van een spoedeisend belang of een acute noodsituatie die onmiddellijke voorziening rechtvaardigt.
De voorzieningenrechter overwoog verder dat het besluit van de burgemeester niet evident onrechtmatig is, hetgeen betekent dat zonder diepgaand onderzoek niet ernstig kan worden betwijfeld dat het besluit stand zal houden in de bezwaarprocedure. Gezien deze overwegingen wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en het ontbreken van evident onrechtmatigheid.