ECLI:NL:RBZWB:2021:4496
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en afwijzing ontnemingsvordering productie amfetamine
Betrokkene was door het hof veroordeeld voor het medeplegen van het aanwezig hebben van amfetamine-olie op 16 april 2013, maar vrijgesproken voor productie en voorbereidingshandelingen in de periode 1 maart tot 16 april 2013. De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, stellende dat betrokkene voordeel had uit productie voorafgaand aan 1 maart 2013.
De rechtbank onderzocht of betrokkene betrokken was bij productie vóór 1 maart 2013 en of hij daaruit baten had verkregen. Hoewel er aanwijzingen waren dat er productie plaatsvond, kon niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat betrokkene daarbij strafrechtelijk verwijtbaar betrokken was. DNA-sporen op een gelaatsmasker werden uitgesloten wegens mogelijke contaminatie.
De enkele aanwezigheid van betrokkene in de loods en het ontbreken van andere aanwijzingen maakten het onmogelijk om zijn betrokkenheid bij productie voorafgaand aan 1 maart 2013 vast te stellen. Daarom werd de ontnemingsvordering afgewezen en bleef de vrijspraak in de hoofdzaak ongewijzigd.
Uitkomst: Vordering tot ontneming afgewezen en vrijspraak voor productie amfetamine in 2013.