ECLI:NL:RBZWB:2021:4361
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing individuele inkomenstoeslag na intrekking bijstand over juli 2019
Eiseres had bijstand ontvangen van 1 mei 2010 tot en met 31 mei 2019, maar Baanbrekers trok dit recht in vanwege het niet volledig overleggen van bankafschriften en het openingsbewijs van een bankrekening. Tevens werd haar aanvraag voor individuele inkomenstoeslag afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld of zij aan de voorwaarden voldeed.
Na bezwaar en herziening verviel de intrekking van de bijstand over de lange periode, maar bleef de afwijzing van de individuele inkomenstoeslag gehandhaafd omdat het recht op bijstand over juli 2019 niet kon worden vastgesteld. Dit vanwege onduidelijkheid over de financiering van vliegtickets ter waarde van bijna €2.000,- in die maand.
De rechtbank oordeelde dat omdat juli 2019 binnen de referteperiode van 60 maanden valt, en het recht op bijstand over die maand niet vaststaat, ook niet kan worden vastgesteld of eiseres aan de inkomensvoorwaarden voor de toeslag voldoet. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de individuele inkomenstoeslag wordt ongegrond verklaard omdat het recht op bijstand over juli 2019 niet kan worden vastgesteld.