Verzoekers maakten bezwaar tegen twee besluiten van de gemeente Schouwen-Duiveland waarin een last onder dwangsom werd opgelegd om het gebruik van meerdere panden als logiesgebouw te staken. De panden lagen in een beschermd stadsgezicht en waren rijksmonumenten, met bestemmingen die het gebruik als logiesgebouw niet toestonden. Tijdens controles werden illegale verbouwingen en gebreken in brandveiligheid vastgesteld.
Verzoekers voerden aan dat de begunstigingstermijn van één week onredelijk kort was en dat er sprake was van een omgevingsvergunning van rechtswege voor een van de panden. De voorzieningenrechter oordeelde dat het gebruik in strijd was met het bestemmingsplan en dat geen concrete legalisatie in zicht was. De vermeende vergunning van rechtswege betrof niet de gewijzigde situatie met meerdere kamers voor nachtverblijf.
De voorzieningenrechter benadrukte het spoedeisende belang van handhaving vanwege brandveiligheid en het voorkomen van precedentwerking. Het staken van het gebruik binnen de gestelde termijn werd als redelijk beoordeeld. Het financiële belang van verzoekers woog niet zwaarder dan het handhavingsbelang. Daarom werden de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen, met een verlenging van de begunstigingstermijn tot zeven dagen na verzending van de uitspraak.