ECLI:NL:RBZWB:2021:4156
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning na bezwaar tegen te hoge waardering
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €968.000 voor het jaar 2019. De heffingsambtenaar baseerde deze waarde op een waardematrix met referentiewoningen, waarvan één woning vanwege grote verschillen buiten beschouwing werd gelaten. De rechtbank vond dat de heffingsambtenaar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was.
Belanghebbende stelde een lagere waarde van €875.000 voor, maar kon dit niet cijfermatig onderbouwen met geschikte vergelijkingsobjecten binnen de juiste periode rondom de waardepeildatum. Ook het argument van een te hoge procentuele waardestijging werd verworpen, omdat de WOZ-waarde jaarlijks op basis van marktgegevens wordt vastgesteld.
Omdat geen van beide partijen hun waarde aannemelijk kon maken, stelde de rechtbank de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €925.000. De uitspraak op bezwaar werd vernietigd, de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd en het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd naar €925.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig aangepast.