ECLI:NL:RBZWB:2021:4119
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van boeteoplegging en herziening studiefinanciering na huisbezoek
Eiser ontving studiefinanciering op basis van de norm voor uitwonenden, maar DUO stelde na huisbezoek vast dat eiser niet op het BRP-adres woonde en herzag de financiering naar de norm voor thuiswonenden. Tevens legde DUO een boete op omdat eiser niet op het geregistreerde adres verbleef. Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat het onderzoek niet zorgvuldig was en dat DUO onvoldoende bewijs had geleverd.
De rechtbank had in een eerdere uitspraak van 6 juli 2020 reeds geoordeeld dat het huisbezoek en het gebruik van het rapport rechtmatig waren en dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd dat hij wel op het BRP-adres woonde. De herziening en terugvordering van studiefinanciering werden beperkt tot de periode vanaf april 2018. De boete werd als rechtmatig beoordeeld, hoewel de hoogte nog kon wijzigen afhankelijk van het terugvorderingsbedrag.
In het bestreden besluit verklaarde DUO het bezwaar gedeeltelijk gegrond door de terugvordering te beperken, maar handhaafde de boete. De rechtbank oordeelt dat de boete passend is, berekend op 50% van het te veel ontvangen bedrag over de relevante periode. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waarbij de inhoudelijke discussie over herziening en boete aan de Centrale Raad van Beroep wordt overgelaten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de boeteoplegging door DUO wordt bevestigd.