ECLI:NL:RBZWB:2021:41

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 januari 2021
Publicatiedatum
7 januari 2021
Zaaknummer
AWB- 20_10181 VV
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening Participatiewet wegens ontbreken bezwaar

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout over zijn recht op een uitkering op grond van de Participatiewet.

De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker geen bezwaar- of beroepschrift had ingediend, wat een vereiste is volgens artikel 8:81 Awb Pro om een voorlopige voorziening te kunnen aanvragen. De griffier heeft verzoeker hierom verzocht binnen zeven dagen een kopie van het bezwaarschrift te overleggen, maar hierop is geen reactie ontvangen.

Daarom verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk en behandelde het verzoek niet inhoudelijk. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van bezwaar- of beroepsprocedure.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 20/10181 PW VV

uitspraak van 5 januari 2021 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen in verband met een besluit van het college van 2 december 2020 over zijn recht op een uitkering op grond van de Participatiewet.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. In artikel 8:81 van Pro de Awb is bepaald dat een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld of, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt. Ook is bepaald dat bij de indiening van het verzoek een afschrift van het bezwaar- of beroepschrift dient te worden overgelegd.
2. Uit het verzoekschrift blijkt niet dat verzoeker bezwaar heeft gemaakt. In een brief van 18 december 2020 heeft de griffier hem verzocht om binnen zeven dagen na heden een kopie van het bezwaarschrift te doen toekomen. Daarbij is meegedeeld dat bij het uitblijven van een tijdige reactie het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
3. Op de brief van de griffier is op de rechtbank geen reactie ontvangen.
4. Omdat niet is gebleken dat het verzoek om voorlopige voorziening is ingediend in het kader van een bezwaar- of beroepsprocedure moet het verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard. Dat betekent dat het niet inhoudelijk wordt behandeld

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E.M. Marsé, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 5 januari 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Als u het niet eens bent met deze uitspraak

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.