ECLI:NL:RBZWB:2021:4062
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid bevestigd door rechtbank
Eiser, werkzaam als werkvoorbereider, heeft zich meerdere malen ziekgemeld en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerste periode van arbeidsongeschiktheid werd hij per 20 augustus 2018 weer geschikt bevonden, waarna de uitkering werd beëindigd. Na een nieuwe ziekmelding en toekenning van een tweede ZW-uitkering, beëindigde het UWV deze uitkering per 7 februari 2020 na een eerstejaars beoordeling.
Eiser maakte bezwaar tegen deze beëindiging, stellende dat zijn lichamelijke en psychische klachten, waaronder pijnklachten en bijwerkingen van medicatie, onvoldoende waren meegewogen. Hij verzocht tevens om benoeming van een onafhankelijke deskundige vanwege bewijsnood.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van eiser voldoende waren geobjectiveerd in de functionele mogelijkhedenlijst (FML). De arbeidsdeskundige bevestigde dat eiser ondanks zijn klachten in staat was zijn eigen werk te verrichten. Er was geen aanleiding voor het benoemen van een deskundige.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde zij de beëindiging van de ZW-uitkering per 7 februari 2020. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering per 7 februari 2020.