ECLI:NL:RBZWB:2021:4039
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking schorsing voorlopige hechtenis wegens ernstig gevaar en risico herhaling
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het hoger beroep van de officier van justitie tegen de beschikking van de rechter-commissaris die de voorlopige hechtenis van verdachte had geschorst. De zaak betrof een verdachte geboren in 1996, tegen wie een bevel tot bewaring was verleend.
De rechtbank oordeelde dat er voldoende ernstige bezwaren tegen verdachte zijn, waaronder een twaalfjaarsgrond met ernstig geschokte rechtsorde en een gevaar voor herhaling. Volgens vaste rechtspraak kan schorsing van voorlopige hechtenis slechts bij bijzondere zwaarwegende persoonlijke omstandigheden, welke in dit geval ontbraken.
De reclassering adviseerde negatief over schorsing vanwege het ontbreken van effectieve voorwaarden en toezicht om risico’s te beperken. Ook was er onvoldoende zicht op de psychische toestand van verdachte en het gevaar voor zichzelf en anderen. De ambulante behandeling bij Emergis was onvoldoende en wordt op korte termijn stopgezet.
De rechtbank concludeerde dat het belang van de samenleving bij voortzetting van de voorlopige hechtenis zwaarder weegt dan het persoonlijk belang van verdachte. Daarom werd het hoger beroep van de officier van justitie gegrond verklaard en de beschikking tot schorsing vernietigd.
Uitkomst: Beschikking tot schorsing voorlopige hechtenis wordt vernietigd; voorlopige hechtenis blijft van kracht.