ECLI:NL:RBZWB:2021:3785
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid in huur- en zorgtoeslag bezwaar afgewezen
Opposante heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve berekening van de huur- en zorgtoeslag over 2018, maar dit bezwaar werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring stelde opposante verzet in.
Tijdens de zitting op 9 juli 2021 in Breda werd het verzet behandeld. Opposante voerde aan dat zij het beroepschrift te laat indiende vanwege bewindvoering die tot maart 2020 liep en belemmeringen door het coronavirus om persoonlijk juridisch advies te zoeken.
De rechtbank oordeelde dat de beroepstermijn een fatale termijn is en dat de overschrijding niet verschoonbaar is. Opposante had de termijn kunnen veiligstellen en daarna alsnog hulp kunnen zoeken. De omstandigheden van het coronavirus rechtvaardigen geen uitzondering.
Het verzet is daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar is ongegrond verklaard.