ECLI:NL:RBZWB:2021:3127
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling oplegging educatieve maatregel alcohol en verkeer na weigering ademanalyse
Eiser werd op 5 april 2020 aangehouden wegens rijden onder invloed van alcohol en weigerde mee te werken aan een ademanalyse. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde daarop een educatieve maatregel alcohol en verkeer (EMA) op. Eiser betwistte dat hij als bestuurder had opgetreden en stelde dat hij de auto slechts als slaapplaats gebruikte.
De rechtbank oordeelt dat het CBR met voldoende zekerheid kon vaststellen dat eiser bestuurder was. Het voertuig stond met draaiende motor buiten een parkeervak en veroorzaakte een onveilige situatie. De verbalisanten zagen eiser achter het stuur, rookten alcohol en constateerden bloeddoorlopen ogen en spraak met dubbele tong. De verklaringen van vrienden van eiser onderbouwen zijn stelling onvoldoende.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie dat het vermoeden van besturen onder invloed niet tijdens het rijden hoeft te zijn vastgesteld. Het CBR mocht aannemen dat eiser bestuurder was en de EMA opleggen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen reden voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de oplegging van de educatieve maatregel alcohol en verkeer wordt ongegrond verklaard.