ECLI:NL:RBZWB:2021:3106

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 juni 2021
Publicatiedatum
21 juni 2021
Zaaknummer
AWB- 20_7006
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbArtikel 9 Participatiewet
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling gemeente Schouwen-Duiveland in proceskosten wegens niet tijdig besluit Participatiewet

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland op haar verzoek om vrijstelling van arbeidsverplichtingen op grond van artikel 9 van Pro de Participatiewet. Nadat het college alsnog op 8 juli 2020 een besluit heeft genomen, heeft verzoekster het beroep ingetrokken met het verzoek het college te veroordelen in de proceskosten.

De rechtbank heeft geoordeeld dat het college aan verzoekster is tegemoetgekomen door het besluit te nemen en daarom het college in de proceskosten moet veroordelen. De proceskosten zijn vastgesteld op € 267,-, gebaseerd op een puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij rekening is gehouden met de lichte aard van de zaak.

Daarnaast overweegt de rechtbank dat het griffierecht van € 48,- door het college aan verzoekster dient te worden vergoed op grond van de Awb, zodat hiervoor geen aparte veroordeling nodig is. De uitspraak is gedaan door rechter L.P. Hertsig en griffier W.J.C. Goorden op 21 juni 2021.

Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoekster tot € 267,- wegens het niet tijdig nemen van een besluit.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 20/7006 PW
uitspraak van 21 juni 2021 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[verzoekster], te [plaatsnaam],

verzoekster,
gemachtigde: mr. N. Talhaoui,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland,verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft op 15 juni 2020 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college op haar verzoek van 31 maart 2020 om vrijgesteld te worden van de arbeidsverplichtingen als bedoeld in artikel 9 van Pro de Participatiewet.
Bij besluit van 8 juli 2020 heeft het college op dit verzoek beslist.
Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken, met het verzoek het college te veroordelen in de proceskosten. De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld op dit verzoek te reageren. Het college heeft daarvan gebruik gemaakt.
De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
2. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het besluit van 8 juli 2020 dat het college aan verzoekster is tegemoetgekomen.
3. De rechtbank ziet hierin aanleiding het college te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 267,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 534,-, en wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat deze zaak van licht gewicht is, omdat het beroep alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden.
4. De rechtbank overweegt ten overvloede dat het college op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van € 48,- aan verzoekster dient te vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het college in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van
€ 267,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van
mr. W.J.C. Goorden, griffier, op 21 juni 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.