Uitspraak
verder te noemen verzoekster.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de kinderrechter die de zaak met kenmerk C/02/385854 / JE RK 21-1053 behandelde. Het wrakingsverzoek werd per e-mail ingediend op dezelfde dag als de mondelinge uitspraak, maar na het einde van de behandeling door de rechter.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek niet tijdig was ingediend, aangezien de wet vereist dat een wrakingsverzoek wordt gedaan voordat de rechter een einduitspraak heeft gedaan. Bovendien ontbrak het verzoekster aan een motivering van haar verzoek, wat eveneens een vereiste is volgens het wrakingsprotocol van de rechtbank.
Gezien deze tekortkomingen verklaarde de wrakingskamer verzoekster niet-ontvankelijk en zag zij af van een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek. De beslissing werd op 21 juni 2021 in het openbaar uitgesproken door drie rechters van de wrakingskamer.
Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar wrakingsverzoek wegens te late indiening en gebrek aan motivatie.