Uitspraak
[minderjarige 1],
1.Het verdere procesverloop
2.De nadere beoordeling
primairte bepalen dat [minderjarige 2] haar hoofdverblijfplaats heeft bij hem,
subsidiair, indien zijn verzoek om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] bij hem te bepalen wordt afgewezen,
meer subsidiair, indien het verzoek van de vrouw om haar vervangende toestemming te verlenen om met [minderjarige 2] naar [plaats] te verhuizen wordt toegewezen,
24 oktober 2020 voorlopig aan de man wordt toevertrouwd. Daarnaast is een voorlopige zorgregeling tussen de vrouw en [minderjarige 2] vastgesteld op grond waarvan [minderjarige 2] in een vierweekse cyclus telkens drie weekenden (vrijdag uit school tot zondag 19.00 uur) bij de vrouw verblijft en één weekend bij de man, waarbij partijen ieder de helft van het vervoer voor hun rekening nemen. Het meer of anders verzochte is afgewezen.
e-mailberichten van mevrouw Van der Woude, zoals ingebracht door de vrouw. Mevrouw Van der Woude is geen belanghebbende of informant in deze zaak aangezien zij niet de gezinsvoogd van [minderjarige 2] is. Zij is niet betrokken bij de opvoedingssituatie van [minderjarige 2] bij hem en heeft hierover ook geen contact met hem gehad, waardoor zij zich onmogelijk een weloverwogen oordeel kan vormen over wat in deze in het belang van [minderjarige 2] is. Dit in tegenstelling tot de Raad die een uitgebreid en gedegen onderzoek heeft gedaan naar wat in het belang van [minderjarige 2] is.