ECLI:NL:RBZWB:2021:2771
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening voor verlening hoger zorgprofiel Wlz
Verzoeker, geboren in 1944 en lijdend aan cognitieve stoornissen als gevolg van een CVA, heeft een indicatie voor zorgprofiel VV05 onder de Wet langdurige zorg (Wlz) en ontvangt zorg via een persoonsgebonden budget (pgb). Hij verzocht om een hogere indicatie, VV07, vanwege zijn medische situatie en de zware belasting van mantelzorgers. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
Verzoeker vroeg vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van een spoedeisend belang. Uit de stukken bleek dat de zorg via het pgb wordt geleverd door zijn zoon en professionele zorgverleners, maar dat permanent toezicht via een pgb wettelijk niet mogelijk is.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het huidige zorgprofiel VV05 opname in een verpleegtehuis mogelijk maakt en dat de zware belasting van mantelzorgers inherent is aan de keuze voor zorg thuis met een pgb. Een hoger zorgprofiel leidt niet automatisch tot meer budget of directe oplossing. Daarom ontbrak het spoedeisend belang en werd het verzoek afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor een hoger zorgprofiel onder de Wlz wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.