ECLI:NL:RBZWB:2021:2739
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing aanvraag Tozo-overbruggingsregeling
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Werkplein Hart van West-Brabant waarin hun aanvraag voor een overbruggingsregeling op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) werd afgewezen. Zij verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) besloten dat een zitting achterwege kon blijven. Verzoekers werden verzocht hun spoedeisend belang toe te lichten en financiële gegevens te overleggen, maar zij gaven geen inzicht in hun financiële situatie.
Hoewel verzoekers stelden dat de Tozo-regeling een spoedeisend karakter heeft, oordeelde de voorzieningenrechter dat de Tozo-regeling en de NOW-regeling verschillend zijn en dat uitspraken over de NOW niet automatisch op de Tozo van toepassing zijn. Zonder voldoende financiële onderbouwing kon geen spoedeisend belang worden vastgesteld.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen afwijzing Tozo-aanvraag wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.