Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
[naam 2]vordert een schadevergoeding van
€ 5.707,47.Deze vordering ziet op schade die is veroorzaakt door een mishandeling, die aan verdachte niet is ten laste gelegd. Voor zover deze vordering ziet op het vierde feit op de tenlastelegging van verdachte, overweegt de rechtbank dat verdachte hiervan is vrijgesproken. De rechtbank zal daarom voornoemde benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
€ 10.043,30voor feit 1.
[slachtoffer 2]vordert een schadevergoeding van
€ 9.861,61voor feit 2.
[slachtoffer 3]vordert een schadevergoeding van €
17.737,30voor feit 3.
8.Het beslag
9.De vordering tot herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
een gevangenisstraf van 6 jaren;
[naam 2]niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
[slachtoffer 1]van
€ 7.289,03,waarvan € 1.289, 03 ter zake van materiële schade en € 6.000,= ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
[slachtoffer 1](feit 1),
€ 7.289,03betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
71 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
[slachtoffer 2]van
€ 7.236,54,waarvan € 1.236,54 ter zake van materiële schade en € 6.000,= ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
[slachtoffer 2](feit 2),
€ 7.236,54 tebetalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
71 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
[slachtoffer 3] van € 8.672,08waarvan € 1.172,08 ter zake van materiële schade en € 7.500,= ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 8.672,08te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
78 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;