ECLI:NL:RBZWB:2021:2600
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming Tijdelijke overbruggingsregeling flexibele arbeidskrachten wegens werkzaamheden buiten Nederland
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten (Tofa). De minister heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiser in februari 2020 minder dan €400 aan loon in Nederland heeft verdiend. Eiser voerde aan dat hij in Bonaire heeft gewerkt en dat Bonaire onderdeel is van het Koninkrijk der Nederlanden, en stelde dat de regeling onredelijk uitpakt.
De rechtbank oordeelt dat voor het recht op een tegemoetkoming op grond van de Tofa vereist is dat de werknemer zijn werkzaamheden in Nederland verricht. Hoewel Bonaire onder het Koninkrijk valt, betekent dit niet dat werkzaamheden daar als in Nederland verricht gelden. De wettelijke definitie van werknemer sluit uit dat iemand die buiten Nederland werkt als werknemer in de zin van de regeling wordt aangemerkt, tenzij aan specifieke woon- en werkgeversvestigingscriteria wordt voldaan.
De rechtbank erkent dat eiser feitelijk tussen wal en schip valt, maar benadrukt dat de Tofa een tijdelijke crisisregeling is die snel en robuust moet worden uitgevoerd op basis van eenvoudige criteria. Er is geen ruimte voor een hardheidsclausule of afwijking van de voorwaarden. Daarom is de afwijzing van de tegemoetkoming terecht en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser zijn werkzaamheden in Bonaire verrichtte en daarmee niet voldoet aan de voorwaarden van de Tofa.