ECLI:NL:RBZWB:2021:2561
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens overtreding APV Oosterhout
Verzoeker maakte bezwaar tegen een last onder dwangsom opgelegd door de burgemeester van Oosterhout wegens overtreding van artikel 2:74 van Pro de Algemene plaatselijke verordening (APV). Deze bepaling verbiedt het zich op een openbare plaats bevinden met het kennelijke doel om drugs te verhandelen. De last werd opgelegd naar aanleiding van een constatering op 15 januari 2021 waarbij verzoeker met hennep en contant geld werd aangetroffen.
Verzoeker stelde dat de last hem belemmert in zijn dagelijks leven en inbreuk maakt op zijn levenssfeer en vorderde een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat er onvoldoende sprake is van een spoedeisend belang, omdat de last alleen gevolgen heeft bij herhaling van de overtreding en verzoeker dit zelf in de hand heeft. Ook een financieel belang werd niet als zwaarwegend aangemerkt.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het besluit niet apert onrechtmatig is en dat de bezwaarprocedure kan worden afgewacht. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling van het bezwaar. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan op 20 mei 2021 door voorzieningenrechter C.E.M. Marsé en griffier C.F.E.M. Mes, en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.