Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een jeugddetentie van 105 dagen, waarvan 30 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
14 mei 2021 te 12.00 uurzal melden bij de jeugdreclassering, uit te voeren door de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Brabantte Roosendaal en zich daarna gedurende een door de jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) zal blijven melden, zo lang en zo frequent als de jeugdreclassering noodzakelijk acht;
[slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] [slachtoffer 2], en hun gezinsleden, zo lang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht (met uitzondering wanneer dit contact nodig is in het kader van een mediationtraject); De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod;
[adres 2], zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht; De politie ziet toe op handhaving van dit locatieverbod;
dadelijk uitvoerbaarzijn;
een werkstraf van 100 uren;
vervangende jeugddetentiezal worden toegepast van
50 dagen;
[slachtoffer 1](feit 1),
€ 4.031,00te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 12 november 2020 tot aan de dag der voldoening.
[slachtoffer 2]
€ 500,00immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 14 september 2020 tot aan de dag der voldoening.
[slachtoffer 2](feiten 2 en 3),
€ 500,00te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 14 september 2020 tot aan de dag der voldoening.