ECLI:NL:RBZWB:2021:2237
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Intrekking drank- en horecavergunning niet onrechtmatig verklaard
Verzoekster exploiteert een restaurant en beschikt sinds 2015 over een drank- en horecavergunning. De burgemeester van Breda heeft deze vergunning ingetrokken vanwege ernstig gevaar op grond van de Wet Bibob, gebaseerd op meerdere adviezen van het Landelijke Bureau Bibob (LBB) die wijzen op mogelijke strafbare feiten en financiële verwevenheid met risicovolle partijen.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om de intrekking te schorsen. Zij stelde dat het niet kunnen schenken van alcohol grote financiële schade zou veroorzaken en dat zij geen strafbare feiten pleegt. De voorzieningenrechter oordeelde dat het financieel belang van verzoekster geen spoedeisend belang oplevert, mede omdat het restaurant vanwege coronamaatregelen tot eind mei 2021 gesloten is en zij inkomsten kan genereren uit niet-alcoholische dranken.
Daarnaast is vastgesteld dat het besluit zorgvuldig is voorbereid, met meerdere LBB-adviezen en zienswijzen van verzoekster. Er is geen sprake van een evident onrechtmatig besluit. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de drank- en horecavergunning is afgewezen.