Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 28 april 2021 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , te [naam woonplaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
1. Feiten
2. Wettelijk kader
3. Het bezwaar tegen het besluit van 19 september 2019
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij de hoogte van het terug te betalen bedrag is gehandhaafd;
- draagt de minister op om binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat de minister het betaalde griffierecht van € 48,00 aan eiser vergoedt;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.335,-.