Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
raadsman mr. J. Zaim, advocaat te Utrecht
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
28 juni2019 tot en met 3 juli 2019 in na te noemen plaatsen heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie bestond uit een samenwerkingsverband van hem, verdachte en na te noemen personen, te weten
28 juni2019 tot en met 3 juli 2019 te Esch, gemeente Haaren en/of te Bergen op Zoom en/of te Tiel en/of te Culemborg en/of Renesse en/of Brouwershaven en/of Burgh-Haamstede en/of Oosterland en/of Serooskerke Schouwen en/of elders in Nederland met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2]
het bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben en/of vervaardigen van een of meer middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet en
het plegen van voorbereidings- of bevorderingshandelingen zoals bedoeld
28 juni2019 tot en met 3 juli 2019 te Esch, gemeente Haaren, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt een
28 juni2019 tot en met 3 juli 2019 te Esch, gemeente Haaren, tezamen en in vereniging met anderen,
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;