ECLI:NL:RBZWB:2021:1459
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Kort geding
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Ontruimingsvordering afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid rol huurder bij geweldsincident
De zaak betreft een kort geding waarin eiseres, een toegelaten instelling voor volkshuisvesting, vordert dat de bewindvoerder van twee onder bewind gestelde huurders wordt veroordeeld tot ontruiming van een sociale huurwoning wegens ernstige overlast en geweldsincidenten.
Eiseres baseert haar vordering op een conflict uit 2017 waarbij agressief gedrag werd vastgesteld en een nieuw geweldsincident in de nieuwjaarsnacht van 2021 waarbij bewoners van een nabijgelegen adres zwaar mishandeld zouden zijn. Eiseres stelt dat de huurder en diens huisgenoten zich schuldig maken aan ernstige overlast en geweld, en verwijst naar aangiftes, getuigenverklaringen en politieverslagen.
De bewindvoerder betwist de beschuldigingen en voert aan dat de feiten anders liggen, met tegenverklaringen en meldingen van overlast door de andere partij. De kantonrechter oordeelt dat de feiten en de rol van de huurder bij het geweldsincident onvoldoende duidelijk zijn en dat een kort geding niet geschikt is voor het benodigde nader onderzoek.
Daarom wordt de vordering tot ontruiming afgewezen en wordt eiseres veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige bewijsvoering in een bodemprocedure.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de rol van de huurder bij het geweldsincident.