Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
- in de nacht van 6 op 7 februari 2020 in Loon op Zand de heer [Slachtoffer 1] van zijn vrijheid heeft beroofd door hem te bedreigen, vast te tapen en in de kofferbak van zijn eigen auto te stoppen, waarna zijn telefoon, portemonnee en pinpas, waarmee direct daarna in Merksplas (België) geld werd gepind, werden weggenomen.
- op 4 februari 2020 in Raamsdonk een pet van de heer [Slachtoffer 2] heeft weggenomen nadat deze van achteren bij zijn nek werd vastgepakt.
- op 30 januari 2020 in Biezenmortel de heer [Slachtoffer 3] van zijn vrijheid heeft beroofd door hem te bedreigen, vast te tapen en in de kofferbak van zijn eigen auto te stoppen, waarna zijn telefoon, portemonnee en pinpas, waarmee direct daarna in Udenhout geld werd gepind, werden weggenomen.
- op 27 september 2019 in Dongen een telefoon van de heer [Slachtoffer 4] heeft gestolen nadat deze met een stok op zijn achterhoofd werd geslagen.
- op 25 september 2019 in Raamsdonksveer een portemonnee, telefoon en pincode van de heer [Slachtoffer 5] heeft gestolen nadat deze van zijn fiets werd getrokken en met een tak tegen zijn hoofd werd geslagen, waarna er met de buitgemaakte pinpas in Waspik geld werd gepind.
- op 23 september 2019 in Raamsdonk geprobeerd heeft de heer [Slachtoffer 6] te beroven, waarbij deze een klap op het achterhoofd werd gegeven.
- op 21 september 2019 in Kaatsheuvel een telefoon, pinpas en pincode heeft gestolen van de heer [Slachtoffer 7] , waarbij deze werd geschopt en bedreigd, waarna er met de buitgemaakte pinpas in Tilburg werd gepind.
- op 2 augustus 2019 in Loon op Zand geld en een jas heeft gestolen van de heer [Slachtoffer 8] , waarbij deze werd geduwd en geslagen, en hij de auto van [Slachtoffer 8] heeft beschadigd.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
€ 5.669,83, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 6 februari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, waarvan € 1.669,83 materiële schade en € 4.000,00 immateriële schade.
€ 8.342,08, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 30 januari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, waarvan € 4.342,08 materiële schade en € 4.000,00 immateriële schade.
€ 1.717,92, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 2 augustus 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, waarvan € 967,92 materiële schade en € 750,00 immateriële schade.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder 4, 8, 9, 10 en 11 tenlastegelegde feiten;
een gevangenisstraf van drie jaar, waarvan een jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
€ 1.669,83 ter zake van materiële schade en € 4.000,00 ter zake van immateriële schade;