ECLI:NL:RBZWB:2020:7042
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete opgelegd wegens niet nakomen inlichtingenplicht Participatiewet bevestigd
Eiseres ontving een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet en kreeg een boete opgelegd van €715 wegens het niet doorgeven van inkomsten uit stortingen van derden op haar bankrekening in de periode van 1 oktober 2018 tot en met 31 maart 2019. Het college stelde dat deze inkomsten de bijstand benadeelden met een bedrag van €1.430, waarop de boete werd gebaseerd en gematigd tot 50% vanwege het ontbreken van opzet of grove nalatigheid.
Eiseres voerde aan dat het college onvoldoende had aangetoond welke inkomsten zij had ontvangen, maar leverde geen tegenbewijs. De rechtbank stelde vast dat de bezwaargronden tegen het primaire besluit door het college gemotiveerd waren beantwoord en dat eiseres niet had aangegeven welke motivering ontbrak of onjuist was.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet voldeed aan haar inlichtingenplicht zoals voorgeschreven in artikel 17 van Pro de Participatiewet en dat het college terecht een bestuurlijke boete oplegde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht wordt ongegrond verklaard.