ECLI:NL:RBZWB:2020:6407
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen vaststelling maandbedrag terug te betalen lening Wet inburgering
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van 19 november 2019 waarin het maandbedrag van de terug te betalen lening op grond van de Wet inburgering werd vastgesteld. De minister verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het besluit geen nieuwe rechtsgevolgen bevatte ten aanzien van de terugvordering van de lening, aangezien dit reeds was vastgesteld in het besluit van 25 oktober 2019.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het besluit van 19 november 2019 geen zelfstandige wijziging inhield van de terugbetalingsverplichting. Eiseres had tegen het eerdere besluit van 25 oktober 2019 bezwaar kunnen maken, maar had dit nagelaten. Hoewel eiseres stelde het eerdere besluit pas later te hebben ontvangen, achtte de rechtbank aannemelijk dat zij het besluit wel degelijk had ontvangen, mede gezien de ondertekende incassomachtiging.
De rechtbank stelde vast dat de bezwaarclausule onder het besluit van 19 november 2019 eiseres niet op het verkeerde been had gezet. De aspecten waartegen bezwaar was gemaakt betroffen niet het maandbedrag of de rente, zodat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.