Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[eiser sub 1] ,
[eiser sub 2],
[eiser sub 3],
[eiser sub 4],
1.De procedure
- de dagvaarding van 22 januari 2020, met producties genummerd 1 tot en met 7,
- de akte overlegging producties van de zijde van gedaagde, ter griffie ingekomen op 28 januari 2020, met producties genummerd 1 tot en met 8,
- het faxbericht d.d. 29 januari 2020 van de zijde van eisers, met productie 8,
- de mondelinge behandeling, gehouden op 30 januari 2020,
- de pleitnota van gedaagde.
2.Het geschil
3.De beoordeling
- Eisers zijn eigenaren van de onroerende zaken gelegen op het landgoed ‘Parc de Kievit’ (het landgoed). Het landgoed wordt beheerd door gedaagde.
- Eiser sub 1 (hierna: [eiser sub 1] ) en eiseres sub 2 (hierna: [eiser sub 2] ) zijn woonachtig in hun onroerende zaak op het landgoed en staan daar ook als zodanig ingeschreven.
- Eiser sub 3 (hierna: [eiser sub 3] ) is woonachtig in zijn onroerende zaak op het landgoed en staat daar als zodanig ingeschreven.
- Eiser sub 4 (hierna: [eiser sub 4] ) gebruikt zijn onroerend goed op het landgoed het grootste deel van het jaar.
- [eiser sub 3] en [eiser sub 4] zijn tevens eigenaar van het perceel waarop hun onroerend goed staat.
- Bij brief van 15 november 2019 heeft de advocaat van [eiser sub 1] gedaagde aangeschreven en verzocht om hem binnen veertien dagen te berichten dat gedaagde de brievenbus en het bijbehorende contract van [eiser sub 1] in stand zal laten.
- Bij brief van 7 januari 2020 heeft de advocaat van [eiser sub 1] onder andere het volgende aan gedaagde bericht:
980,00