Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het proces-verbaal van de zitting van 18 november 2020,
- het e-mailbericht van maandag 23 november 2020 om 11:43 uur van mr. S. Koster
2. De feiten
De rechtbank stelt vast dat een aantal verzoeken door de rechtbank ter zitting van 18 augustus 2020 al is beoordeeld en toen door de rechtbank is afgewezen. De rechtbank verwijst in dit verband naar het proces-verbaal van die zitting. De rechtbank blijft bij die beslissingen. De overige verzoeken toetst de rechtbank aan het noodzakelijkheidscriterium. Gelet op de inhoud van de verzoeken en de daar aan ten grondslag gelegde motivering is de rechtbank niet gebleken dat het gevraagde onderzoek noodzakelijk is met het oog op de volledigheid van het onderzoek. De verzoeken van de verdediging zullen bij aanvang van de zitting door de rechtbank dan ook worden afgewezen.”