Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de gemeente Sluis om vergunning te verlenen voor het bouwen van 18 recreatieappartementen met een commerciële plint in Cadzand. De rechtbank oordeelt dat het gewijzigde bouwplan niet als ondergeschikte wijziging kan worden beschouwd en dat het nieuwe ontwerpbesluit ter inzage had moeten worden gelegd.
Verder is vastgesteld dat de verklaring van geen bedenkingen terecht achterwege kon blijven, maar dat de naleving van regels omtrent recreatief gebruik bestuursrechtelijk moet worden gewaarborgd. Eisers stelden ook dat het bouwplan in strijd was met provinciale verordening en de ladder van duurzame verstedelijking, waarbij de rechtbank oordeelt dat de motivering deels onvoldoende is en bij hernieuwde besluitvorming moet worden betrokken.
De rechtbank vindt dat de parkeersituatie adequaat is onderbouwd en dat geluidsonderzoeken voldoende zijn gemotiveerd. Privaatrechtelijke bezwaren en natuurbeschermingsaspecten zijn niet ontvankelijk. De belangenafweging is onvoldoende gemotiveerd in het besluit. De rechtbank vernietigt het besluit en beveelt een nieuwe beslissing, waarbij de proceskosten aan eisers worden toegewezen.