ECLI:NL:RBZWB:2020:6061
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na wijziging WW-uitkering dagloon
Verzoekster stelde beroep in tegen het besluit van het UWV over de vaststelling van haar dagloon voor de WW-uitkering. Het oorspronkelijke besluit stelde het dagloon vast op €109,74. Vervolgens wijzigde het UWV dit besluit tweemaal, waarbij het dagloon uiteindelijk werd vastgesteld op €147,03.
Nadat het UWV het besluit had gewijzigd, trok verzoekster haar beroep in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen in de proceskosten. De rechtbank stelde vast dat het UWV aan verzoekster was tegemoetgekomen door het besluit te wijzigen en veroordeelde het UWV daarom in de proceskosten van verzoekster.
De proceskosten werden vastgesteld op €525,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, exclusief het griffierecht dat het UWV rechtstreeks aan verzoekster dient te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter Van de Sande op 3 december 2020.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoekster tot €525,- na wijziging van het dagloon in de WW-uitkering.