Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[naam eiseres] , te [plaatsnaam] ,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg,
Procesverloop
€ 500,-, ongegrond verklaard.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 15 april 2020 waarbij het bezwaar tegen de invordering van een dwangsom van €500,- ongegrond werd verklaard. De dwangsom was opgelegd wegens overtreding van een last onder dwangsom die eiseres verplichtte het met het bestemmingsplan strijdige woongebruik van haar pand te staken.
De rechtbank stelt vast dat de last onherroepelijk is en dat de overtreding is vastgesteld door een inspectierapport. Op grond van vaste jurisprudentie moet aan het belang van invordering van verbeurde dwangsommen zwaarwegend gewicht worden toegekend, en kan slechts in bijzondere omstandigheden van invordering worden afgezien.
Eiseres heeft diverse gronden aangevoerd die echter betrekking hebben op de last onder dwangsom zelf en die in die procedure aan de orde hadden moeten komen. Er is geen sprake van een uitzonderlijk geval waarin evident geen overtreding is gepleegd of betrokkene geen overtreder is.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.J. Schouw op 19 november 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de invordering van de dwangsom wordt ongegrond verklaard.