Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit van 27 augustus 2020 van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg over de verlaging van haar uitkering op grond van de Participatiewet. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Op 1 oktober 2020 besloot het college het bezwaar gegrond te verklaren en af te zien van de verlaging van de uitkering. Hierop trok verzoekster haar verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college aan verzoekster tegemoet was gekomen en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten ad € 525,- en het griffierecht van € 48,-. De zitting werd achterwege gelaten conform artikel 8:83, derde lid, Awb. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.