ECLI:NL:RBZWB:2020:5552

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 november 2020
Publicatiedatum
12 november 2020
Zaaknummer
AWB- 20_8840 VV
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • T. Peters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:1 AwbArt. 1:3 AwbArt. 8:81 AwbArt. 1.1.1 WEBArt. 1.3.1 WEB
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorzieningenrechter onbevoegd wegens ontbreken bestuursorgaan bij toelatingsbesluit ROC Scalda

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van ROC Scalda om hem niet toe te laten tot de MBO-opleiding Medewerker marketing en communicatie. Hij stelde dat hij wel geschikt is en dat er onterecht werd geconcludeerd dat er geen plaats meer beschikbaar zou zijn. Verzoeker verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om alsnog toegelaten te worden.

De voorzieningenrechter overwoog dat Scalda een regionaal opleidingencentrum is als bedoeld in de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB), maar geen bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dat alleen besluiten van bestuursorganen die openbaar gezag uitoefenen, zoals het afgeven van officiële getuigschriften, als bestuursrechtelijke besluiten gelden. Dit was hier niet het geval.

Omdat Scalda niet als bestuursorgaan kan worden aangemerkt, is het besluit om verzoeker niet toe te laten geen besluit waartegen bezwaar of beroep kan worden ingesteld. De voorzieningenrechter is daardoor onbevoegd om een voorlopige voorziening te treffen. De uitspraak is gedaan op 11 november 2020 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd omdat het besluit van ROC Scalda geen bestuursrechtelijk besluit is.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 20/8840 WET VV

uitspraak van 11 november 2020 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoeker], te [woonplaats verzoeker], verzoeker,

en

Stichting Scalda, te Middelburg, verweerder,

gemachtigde: mr. N.A. Sjoer.

Procesverloop

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van Scalda van 29 september 2020 (bestreden besluit) om hem niet toe te laten tot de MBO opleiding “Medewerker marketing en communicatie”. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Middelburg op 3 november 2020. Verzoeker is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam betrokkene] en zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Op 21 september 2020 heeft verzoeker zich aangemeld voor de MBO opleiding “Medewerker marketing en communicatie” bij Scalda in Middelburg.
Op 29 september 2020 heeft een kennismakingsgesprek (via Microsoft Teams) plaatsgevonden met afdelingsleider [naam afdelingsleider]. Tijdens dit gesprek is verzoeker meegedeeld dat hij niet zou worden toegelaten tot de opleiding omdat er geen plaats meer beschikbaar is.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
2. Verzoeker heeft aangevoerd dat Scalda ten onrechte heeft geconcludeerd dat hij niet geschikt is om toegelaten te worden tot de opleiding. Verzoeker stelt dat hij een positieve en gemotiveerde werkhouding heeft en over uitstekende communicatieve vaardigheden beschikt. Verzoeker betwist dat er geen plaats meer beschikbaar zou zijn bij de opleiding. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat hij zal worden toegelaten tot de opleiding.
3. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
4. Scalda heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de beslissing om verzoeker niet toe te laten geen besluit is waartegen bezwaar en/of beroep kan worden ingesteld bij de bestuursrechter.
5. Ingevolge artikel 1:1, eerste lid, van de Awb wordt onder een bestuursorgaan verstaan:
a. een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of
b. een ander persoon of college met enig openbaar gezag bekleed.
Op grond van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt onder een besluit verstaan een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
Op grond van artikel 1.1.1, aanhef en onder b, van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen onder een instelling verstaan:
1º. een regionaal opleidingencentrum als bedoeld in artikel 1.3.1,
2º. een vakinstelling als bedoeld in artikel 1.3.2a, of
3º. een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3;
tenzij anders blijkt.
Op grond van artikel 1.1.1, aanhef en onder c, van de WEB wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen onder een openbare instelling verstaan een instelling in stand gehouden door een gemeente dan wel door een openbaar lichaam, ingesteld bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, waarin deelnemen een of meer gemeenten, al dan niet te zamen met een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid.
Op grond van artikel 1.1.1, aanhef en onder d, van de WEB wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen onder een bijzondere instelling verstaan een instelling die uitgaat van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid niet zijnde een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:1 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
6. De voorzieningenrechter overweegt dat Scalda een regionaal opleidingencentrum (ROC) is als bedoeld in de WEB. Dit is een bijzondere instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, aanhef en onder d, van de WEB. Dat op het internet (niet op de website van Scalda zelf) te vinden is dat Scalda een openbare school is, zoals verzoeker ter zitting heeft aangevoerd, maakt dat niet anders. Namens Scalda is toegelicht dat dit betekent dat Scalda (in beginsel) voor iedereen toegankelijk is. Dit maakt Scalda echter geen openbare instelling in de zin van de WEB.
7. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Scalda (evenals de organen van bedoelde rechtspersoon) in dit geval niet als een bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb kan worden aangemerkt. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat slechts sprake is van uitoefening van openbaar gezag, indien het gaat om een verklaring van het instellingsbestuur ertoe strekkende dat een getuigschrift kan worden afgegeven als bedoeld in artikel 7.58, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (ECLI:NL:RVS:2006:AY4273 en ECLI:NL:RVS:2015:1844). Daarvan is in het geval van verzoeker geen sprake.
7. Als Scalda ter zake van het bestreden besluit niet als bestuursorgaan kan worden aangemerkt, is geen sprake van een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb waartegen bezwaar en/of beroep kan worden ingesteld. Nu de rechtbank gelet hierop onbevoegd is in de hoofdzaak is de voorzieningenrechter gelet op artikel 8:81, eerste lid, van de Awb ook niet bevoegd om ten aanzien daarvan een voorlopige voorziening te treffen.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.F.E.M. Mes, griffier, op 11 november 2020 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.