ECLI:NL:RBZWB:2020:5381

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 november 2020
Publicatiedatum
4 november 2020
Zaaknummer
AWB- 20_8726 VV
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:82 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Verzoekster maakte bezwaar tegen een besluit waarin zij een maandelijkse aflossingsverplichting van €52,95 werd opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De griffier verzocht verzoekster om binnen een week aan te tonen waarom haar zaak met spoed behandeld moest worden, en herinnerde haar aan de verplichting tot betaling van griffierecht. Verzoekster reageerde niet op dit verzoek en betaalde het griffierecht niet binnen de gestelde termijn van veertien dagen.

Op grond van artikel 8:82 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht werd het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter oordeelde dat zonder tijdige betaling van griffierecht en zonder spoedmotivering het verzoek niet kan worden behandeld.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht en het uitblijven van spoedmotivering.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 20/8726 PW VV

uitspraak van 3 november 2020 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoekster], wonende te [woonplaats verzoekster], verzoekster,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom (ISD Brabantse Wal), verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 27 augustus 2020 (bestreden besluit) waarin verweerder haar een aflossingsverplichting van € 52,95 per maand heeft opgelegd. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een
zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. In artikel 8:82 van Pro de Awb is bepaald dat degene die een verzoek om een voorlopige voorziening indient griffierecht moet betalen.
De griffier heeft verzoekster op 3 oktober 2020, bij aangetekende brief, een nota griffierecht gezonden. Verzoekster is meegedeeld dat het griffierecht binnen veertien dagen op de bankrekening van de rechtbank dient te zijn bijgeschreven en dat het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien het verschuldigde bedrag niet (tijdig) is betaald. Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn van veertien dagen voldaan en de rechtbank heeft geen verzoek om ontheffing ontvangen.
2. Verder heeft de griffier verzoekster bij brief van 7 oktober 2020 verzocht uit te leggen waarom haar zaak met spoed moet worden behandeld. Zij heeft hiervoor een termijn van één week gekregen. Ook in deze brief is vermeld dat bij het uitblijven van een tijdige reactie haar verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Ook op deze brief heeft verzoekster niet gereageerd.
3. Conclusie van het bovenstaande is dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Sierkstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier, op 3 november 2020 en is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier* voorzieningenrechter
* De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mee te ondertekenen.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Als u het niet eens bent met deze uitspraak

Tegen deze uitspraak is geen (hoger) beroep mogelijk.