Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
Nederland, [slachtoffer 1] en [Slachtoffer 2] heeft bedreigd met een
terroristisch misdrijf, in elk geval met enig misdrijf tegen het leven
gericht, althans met zware mishandeling, hebbende verdachte
opzettelijk dreigend die [slachtoffer 1] en [Slachtoffer 2] de woorden
toegevoegd "als jullie geen moslims zijn dan mag je niet aan mijn haar
zitten. Ik laat de Sjiieten mijn haar niet aanraken, alleen moslims mogen
mijn haar aanraken. Mensen zoals jullie moeten gedood worden, ze
mogen niet leven, ze moeten de keel doorgesneden worden." en/of
"jullie verdienen dood te gaan, jullie zijn afvalligen." althans woorden
van gelijke dreigende aard en/of strekking;
Nederland, [Slachtoffer 3] en [Slachtoffer 4] heeft bedreigd met een
terroristisch misdrijf, in elk geval met enig misdrijf tegen het leven
gericht, althans met zware mishandeling, hebbende verdachte
opzettelijk dreigend die [Slachtoffer 3] en [Slachtoffer 4] de woorden
toegevoegd "wat willen jullie? een terroristische aanslag? Ik ga jullie
allemaal onthoofden vuile vieze kankercellen. Ik sla jullie allemaal op
jullie bek." althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Nederland, [slachtoffer 1] en [Slachtoffer 2] heeft bedreigd
gericht, hebbende verdachte
opzettelijk dreigend die [slachtoffer 1] en [Slachtoffer 2] de woorden
toegevoegd "als jullie geen moslims zijn dan mag je niet aan mijn haar
zitten. Ik laat de Sjiieten mijn haar niet aanraken, alleen moslims mogen
mijn haar aanraken. Mensen zoals jullie moeten gedood worden, ze
mogen niet leven, ze moeten de keel doorgesneden worden." en
"jullie verdienen dood te gaan, jullie zijn afvalligen."
gericht, hebbende verdachte
opzettelijk dreigend die [Slachtoffer 4] de woorden
toegevoegd "wat willen jullie? een terroristische aanslag? Ik ga jullie
allemaal onthoofden vuile vieze kankercellen. Ik sla jullie allemaal op
jullie bek."
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
een gevangenisstraf van 166 (honderdzesenzestig) dagen, waarvan 84 (vierentachtig) dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 (drie) jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden: