ECLI:NL:RBZWB:2020:5060
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor het kappen van een wilg niet-ontvankelijk verklaard
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning voor het kappen van een wilg aan een adres te Geertruidenberg, welke vergunning op 10 januari 2020 door het college van burgemeester en wethouders is verleend. Na afronding van de bezwaarprocedure met een besluit op 28 augustus 2020, waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard en de vergunning in stand bleef met een inboetplicht, heeft verzoekster geen beroep ingesteld bij de rechtbank.
Verzoekster diende vervolgens een verzoek om voorlopige voorziening in, maar de voorzieningenrechter stelde vast dat er geen lopende bodemprocedure was, hetgeen een vereiste is voor het treffen van een voorlopige voorziening volgens artikel 8:81 Awb Pro. De connexiteitseis houdt in dat er gelijktijdig een bezwaar- of beroepsprocedure moet lopen tegen hetzelfde besluit.
Omdat verzoekster geen beroepschrift heeft ingediend binnen de gestelde termijn, voldoet het verzoek om voorlopige voorziening niet aan de connexiteitseis en wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter op 16 oktober 2020 en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een lopende bodemprocedure.