ECLI:NL:RBZWB:2020:5035
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht en uitblijven reactie
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen waarbij haar bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard wegens termijnoverschrijding. De rechtbank heeft op grond van artikel 8:83 derde Pro lid Awb besloten dat een zitting achterwege kon blijven.
De griffier heeft verzoekster een nota griffierecht gestuurd met het verzoek dit binnen veertien dagen te voldoen. De nota is niet afgehaald en het griffierecht is niet betaald. Daarnaast is verzoekster verzocht uit te leggen waarom spoed geboden is, maar zij heeft ook hier niet op gereageerd.
Op basis van deze feiten concludeert de voorzieningenrechter dat het verzoek niet-ontvankelijk is en verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht en het uitblijven van een reactie op het verzoek om spoedmotivering.