ECLI:NL:RBZWB:2020:5000
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens productie methamfetamine
Verzoekers maakten bezwaar tegen het besluit van de burgemeester om hun woning en schuur voor 12 maanden te sluiten vanwege de vondst van een professioneel methamfetaminelaboratorium op hun perceel. Zij stelden dat de drugs niet in de woning maar in een verhuurde schuur waren aangetroffen en dat zij niet op de hoogte waren van criminele activiteiten. Tevens voerden zij aan dat het gevaar na ontruiming was geweken en dat een sluiting van 3 maanden passend zou zijn.
De voorzieningenrechter overwoog dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet, ongeacht persoonlijke verwijtbaarheid. De aangetroffen hoeveelheid methamfetamine was vele malen groter dan de gedoogde grens voor eigen gebruik, wat sluiting rechtvaardigt. Verzoekers konden zich niet beroepen op onwetendheid omdat van verhuurders verwacht wordt dat zij toezicht houden op het gebruik van hun pand.
De rechter vond dat de burgemeester terecht een langere sluiting van 12 maanden oplegde vanwege de ernst van de situatie, het gevaar voor de omgeving en de preventieve werking. De verbondenheid tussen woning en schuur was voldoende aangetoond. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van woning en schuur voor 12 maanden wordt afgewezen.