Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
snap’ was.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
[Slachtoffer]vordert een schadevergoeding van
€ 28.985,66voor onderhavig feit.
€ 7.735,66aan
materiële schadevergoedingworden toegekend.
immateriële schadeis een post van
€ 17.000,=gevorderd en deze schadepost onderbouwd met diverse uitspraken uit de smartengeldgids. De rechtbank stelt vast dat deze uitspraken niet een-op-een vergelijkbaar zijn met de feiten en omstandigheden in deze zaak. Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een bedrag van
€ 10.000,=passend is en de vordering zal tot dit bedrag worden toegewezen. Voor het overige dient deze post niet-ontvankelijk te worden verklaard.
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
een gevangenisstraf van 8 jaren;
[Slachtoffer]van
[Slachtoffer] € 17.735,66te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 september 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
124 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
( art 289 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht,
art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
(…) Op zaterdag 7 september 2019, omstreeks 0.27 uur, kwamen wij ter plaatse aan de [Adres slachtoffer 1] Dit is een twee-onder-een-kap woning, met de voordeur aan de linkerzijde van de woning. Voor de woning bevindt zich, ook aan de linkerzijde, een oprit van ongeveer acht meter lang. We liepen de oprit op. Collega [Naam 4] liep voor mij en scheen met een zaklamp op de grond. Ik zag één tot twee meter voor de voordeur, verschillende kogelhulzen op de grond liggen. Ik telde er zo snel zes. Ik zag dat er in de voordeur verschillende kogelgaten zaten, ik telde er later vijf. We belden aan en het slachtoffer, [Slachtoffer] , deed de deur open. Ik zag dat hij bloed op zijn voorhoofd had en dat hij zijn linkerhand had ingewikkeld met wc-papier.