De eiseres, verhuurder van een woning te Breda, vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de huurder wegens een huurachterstand van bijna vijf maanden, alsmede betaling van de achterstallige huur inclusief rente en kosten.
De gedaagde erkent de huurachterstand en geeft aan de woning te willen behouden en de achterstand te willen aflossen. De rechtbank stelt vast dat de huurprijs € 622,82 per maand bedraagt en dat de huurbetalingen niet zijn voldaan, waardoor een achterstand is ontstaan.
De rechtbank wijst de vordering tot betaling van € 3.182,21 aan achterstallige huur, rente en buitengerechtelijke kosten toe. De ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming worden eveneens toegewezen vanwege de ernstige betalingsachterstand. Wel wordt opgemerkt dat de verhuurder bereid is om na het vonnis met de huurder betalingsafspraken te maken, waardoor ontruiming kan worden voorkomen.
De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huur vanaf oktober 2020 tot ontruiming, verminderd met reeds gedane betalingen. De kosten van de procedure worden aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de ontruimingstermijn is veertien dagen na betekening.