Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 23 juli 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], te [plaatsnaam], eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres heeft op 12 maart 2020 beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV van 31 januari 2020. De rechtbank heeft eiseres schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht, maar deze betaling is niet ontvangen. Vervolgens is op 13 april 2020 een aangetekende betalingsherinnering gestuurd met een termijn van vier weken om alsnog te betalen, met de waarschuwing dat bij niet-betaling het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
Daarnaast heeft de rechtbank eiseres verzocht om uiterlijk 4 mei 2020 een kopie van het bestreden besluit te overleggen, met dezelfde waarschuwing omtrent niet-ontvankelijkheid. Eiseres heeft echter niet voldaan aan deze verzoeken: het griffierecht is niet betaald en de kopie van het besluit is niet aangeleverd.
De rechtbank heeft daarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en het niet inhoudelijk behandeld. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 23 juli 2020 en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie. Partijen kunnen binnen zes weken verzet indienen tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht en het niet overleggen van het bestreden besluit.