Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Feiten en omstandigheden
2.Spoedeisend belang
3.Voorlopige voorziening: kader
4.Wet- en regelgeving
5.Beoordeling
- schorst het bestreden besluit tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 354,- aan verzoekers te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 1.050,-.