Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende parkeerde op 14 maart 2019 een auto in een aangewezen betaald parkeergebied in Tilburg zonder de parkeerbelasting te voldoen. De gemeente legde een naheffingsaanslag op vanwege het ontbreken van betaling. Belanghebbende voerde aan dat hij door een sterfgeval en de omstandigheden niet aan de betalingsplicht had gedacht en verwachtte empathie van de gemeente.
De heffingsambtenaar stelde dat ongeacht de persoonlijke omstandigheden van belanghebbende, de verplichting tot betaling altijd geldt wanneer een voertuig geparkeerd staat in een betaald parkeergebied. Er waren voldoende betaalmogelijkheden aanwezig en de zone was duidelijk aangegeven.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast bij de heffingsambtenaar ligt en dat deze is voldaan. Het niet betalen van parkeerbelasting is voldoende grond voor naheffing, ongeacht opzet of schuld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.