ECLI:NL:RBZWB:2020:4045
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking beroep wegens tegemoetkoming
Verzoekster stelde beroep in tegen het besluit van het UWV van 17 december 2019 waarin haar uitkering op grond van de Ziektewet per 16 augustus 2019 werd beëindigd. Het UWV wijzigde dit besluit op 10 juni 2020 door te erkennen dat verzoekster ten onrechte als geschikt voor arbeid werd beschouwd. Vervolgens trok verzoekster haar beroep in en verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoekster was tegemoetgekomen door het gewijzigde besluit, waardoor op grond van artikel 8:75a, eerste lid, Awb het UWV in de proceskosten veroordeeld kon worden. Daarnaast werd overwogen dat het griffierecht van €48,- door het UWV vergoed moet worden op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb, zodat een veroordeling daarvoor niet nodig was.
De proceskosten werden vastgesteld op €525,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van €525. De rechtbank veroordeelde het UWV tot betaling van dit bedrag aan verzoekster.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van €525,- aan proceskosten aan verzoekster.